Summary


Dutch

Detailed Translations for spuitje from Dutch to English

spuitje:

spuitje [het ~] noun

  1. het spuitje (injectie; inspuiting; prik)
    the injection

Translation Matrix for spuitje:

NounRelated TranslationsOther Translations
injection injectie; inspuiting; prik; spuitje

Related Words for "spuitje":


Wiktionary Translations for spuitje:

spuitje
noun
  1. medicine: something injected

spui:

spui [het ~] noun

  1. het spui (afvoerbuis; riool; regenpijp; afwateringsbuis)
    the waste pipe; the drain; the rain-pipe; the drainage tube; the outlet

Translation Matrix for spui:

NounRelated TranslationsOther Translations
drain afvoerbuis; afwateringsbuis; regenpijp; riool; spui afdruipen; afdruppelen; afvoer; afvoerkanaal; afwateringskanaal; boezem; doorlaat; riolering; riool; sas; schutsluisje; sluis; uitdruipen; uitdruppelen; verlaat
drainage tube afvoerbuis; afwateringsbuis; regenpijp; riool; spui
outlet afvoerbuis; afwateringsbuis; regenpijp; riool; spui afwatering; contactdoos; lozing; steun en toeverlaat; stopcontact; uitlaat; uitlaatklep; uitlaatpijp; vlampijp; wandcontactdoos; waterafvoer
rain-pipe afvoerbuis; afwateringsbuis; regenpijp; riool; spui
waste pipe afvoerbuis; afwateringsbuis; regenpijp; riool; spui afvloeibuis; afvloeipijp; afvoerpijp
VerbRelated TranslationsOther Translations
drain afdruipen; afdruppelen; afscheiden; afvoeren; afwateren; droogleggen; indijken; inpolderen; ledigen; leeghalen; leegmaken; leegzuigen; lozen; ontwateren; spuien; uitdruipen; uitdruppelen; uithalen; uitlekken; uitscheiden; uitstoten; uitwateren; uitwerpen; uitzuigen; water afvoeren; water lozen

Related Words for "spui":


Wiktionary Translations for spui:


Cross Translation:
FromToVia
spui landfill déchargeaction de décharger.
spui lock; sluice; sluice-gate écluseclôture en forme de bassin, faite de terre, de pierre, de bois ou de toute autre matière dans un port, sur une rivière, sur un canal, etc., ayant une ou plusieurs portes qui se lever et se baisser ou qui s’ouvrent et se fermer, pou

spuitje form of spuit:

spuit [de ~] noun

  1. de spuit (injectiespuit; injectiespuitje)
    the syringe; the sprayer; the squirt; the injection needle; the hypodermic syringe; the hypodermic needle; the needle
  2. de spuit (injectienaald)
    the syringe; the injection needle; the needle

Translation Matrix for spuit:

NounRelated TranslationsOther Translations
hypodermic needle injectiespuit; injectiespuitje; spuit
hypodermic syringe injectiespuit; injectiespuitje; spuit
injection needle injectienaald; injectiespuit; injectiespuitje; spuit
needle injectienaald; injectiespuit; injectiespuitje; spuit naald
sprayer injectiespuit; injectiespuitje; spuit
squirt injectiespuit; injectiespuitje; spuit klisteerspuit; onderdeurtje
syringe injectienaald; injectiespuit; injectiespuitje; spuit
- injectie
VerbRelated TranslationsOther Translations
needle aanleiding geven tot; ophitsen; provoceren; uitdagen; uitlokken
squirt bespatten; bespetteren

Related Words for "spuit":


Synonyms for "spuit":


Related Definitions for "spuit":

  1. inspuiting van geneesmiddel met behulp van naald1
    • de zuster gaf hem een spuitje tegen de pijn1
  2. voorwerp met nauwe opening waar vloeistof met kracht uit geperst wordt1
    • de spuit van de brandweer kreeg een nieuwe slang1

Wiktionary Translations for spuit:

spuit
noun
  1. hypodermic syringe