Dutch

Detailed Translations for klop from Dutch to English

klop:

klop [de ~ (m)] noun

  1. de klop (toegebrachte klap; klap; tik; lel; mep)
    the knock; the slap; the smack; the blow

Translation Matrix for klop:

NounRelated TranslationsOther Translations
blow klap; klop; lel; mep; tik; toegebrachte klap bluts; deuk; dreun; duw; duwtje; fiasco; flop; handslag; harde slag; hengst; instulping; jens; klap; knal; lel; mep; misrekening; misslag; muilpeer; opdonder; opduvel; oplawaai; peut; por; slag; sof; stoot; stootje; tegenvaller; teleurstelling; terugslag; tik; toegebrachte klap; zet
knock klap; klop; lel; mep; tik; toegebrachte klap aankloppen
slap klap; klop; lel; mep; tik; toegebrachte klap dreun; handslag; harde slag; jens; klap; knal; lel; mep; opstopper; pets; peut; stoot; tik; toegebrachte klap
smack klap; klop; lel; mep; tik; toegebrachte klap dreun; handslag; jens; klap; klapzoen; knal; kwak; lel; mep; opstopper; pakkerd; peut; smak; stoot; tik; toegebrachte klap
VerbRelated TranslationsOther Translations
blow 'm piepen; 'm smeren; aanblazen; aanwakkeren; afzuigen; blazen; doen opvlammen; fellatio doen; fladderen; fluiten; hard waaien; hijgen; iets vergallen; pijpen; puffen; stuiven; verknoeien; waaien; wapperen; zuigen
knock aankloppen; aantikken; kloppen; tikken
slap hard slaan; hengsten; meppen; slaan; timmeren
smack een klap geven; hard slaan; hengsten; meppen; slaan; smakken; smakkend eten; timmeren

Related Words for "klop":


Wiktionary Translations for klop:

klop
noun
  1. A blow, impact or slap

Cross Translation:
FromToVia
klop hit; strike; knock; blow; smack; stroke; whack; move; turn coupimpression que fait un corps sur un autre en le frappant.

kloppen:

kloppen verb (klop, klopt, klopte, klopten, geklopt)

  1. kloppen (congruent zijn; overeenstemmen)
    correspond to; to match; to agree
  2. kloppen (aantikken; tikken; aankloppen)
    to knock; to tap; tap at
    • knock verb (knocks, knocked, knocking)
    • tap verb (taps, tapped, tapping)
    • tap at verb
  3. kloppen (correct zijn)
    to be correct
  4. kloppen (juist zijn; overeenstemmen)
    be accurate; to be correct
  5. kloppen (lillen; trillen)
    to tremble; to throb; to palpitate
    • tremble verb (trembles, trembled, trembling)
    • throb verb (throbs, throbbed, throbbing)
    • palpitate verb (palpitates, palpitated, palpitating)

Conjugations for kloppen:

o.t.t.
  1. klop
  2. klopt
  3. klopt
  4. kloppen
  5. kloppen
  6. kloppen
o.v.t.
  1. klopte
  2. klopte
  3. klopte
  4. klopten
  5. klopten
  6. klopten
v.t.t.
  1. heb geklopt
  2. hebt geklopt
  3. heeft geklopt
  4. hebben geklopt
  5. hebben geklopt
  6. hebben geklopt
v.v.t.
  1. had geklopt
  2. had geklopt
  3. had geklopt
  4. hadden geklopt
  5. hadden geklopt
  6. hadden geklopt
o.t.t.t.
  1. zal kloppen
  2. zult kloppen
  3. zal kloppen
  4. zullen kloppen
  5. zullen kloppen
  6. zullen kloppen
o.v.t.t.
  1. zou kloppen
  2. zou kloppen
  3. zou kloppen
  4. zouden kloppen
  5. zouden kloppen
  6. zouden kloppen
en verder
  1. ben geklopt
  2. bent geklopt
  3. is geklopt
  4. zijn geklopt
  5. zijn geklopt
  6. zijn geklopt
diversen
  1. klop!
  2. klopt!
  3. geklopt
  4. kloppend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

kloppen [het ~] noun

  1. het kloppen
    the throbbing; the palpitations; the knocking

Translation Matrix for kloppen:

NounRelated TranslationsOther Translations
knock aankloppen; klap; klop; lel; mep; tik; toegebrachte klap
knocking kloppen aankloppen; geklop
match concours; gelijke; lucifer; luciferhoutje; match; partij; pot; strijd; wedstrijd; weerga
palpitations kloppen
tap betikken; kleine tik; klopje; kraan; tikje; waterkraan
throbbing kloppen
tremble bibberen; rillen
VerbRelated TranslationsOther Translations
agree congruent zijn; kloppen; overeenstemmen accorderen; afspreken; bijvallen; eens worden; gelijk geven; goed vinden; instemmen; jaknikken; knikken; overeenkomen; overeenstemmen; rugsteunen; steunen; toestaan; toestemmen
be accurate juist zijn; kloppen; overeenstemmen
be correct correct zijn; juist zijn; kloppen; overeenstemmen
correspond to congruent zijn; kloppen; overeenstemmen kloppen met; overeenkomen; overeenkomen met; overeenstemmen met; stroken; stroken met
knock aankloppen; aantikken; kloppen; tikken
match congruent zijn; kloppen; overeenstemmen bijpassen; evenaren; kloppen met; overeenkomen; overeenkomen met; overeenstemmen met; passen; stroken; stroken met
palpitate kloppen; lillen; trillen
tap aankloppen; aantikken; kloppen; tikken aanroeren; aanstippen; aftappen; biertappen; even aanraken; tappen; tikken; tikken op
tap at aankloppen; aantikken; kloppen; tikken
throb kloppen; lillen; trillen
tremble kloppen; lillen; trillen beven; bibberen; heen en weer bewegen; laten schrikken; rillen; schokken; schudden; sidderen; trillen; vibreren
- winnen
ModifierRelated TranslationsOther Translations
agree akkoord; in orde; mee eens

Related Words for "kloppen":


Synonyms for "kloppen":


Antonyms for "kloppen":


Related Definitions for "kloppen":

  1. een bonzend of tikkend geluid maken1
    • er klopt iemand op de deur1
  2. juist zijn1
    • de rekening klopt1
  3. de beste zijn, de meeste punten halen1
    • in de laatste wedstrijd werden we geklopt1

Wiktionary Translations for kloppen:

kloppen
verb
  1. tegen iets slaan
  2. hoorbaar bewegen
  3. in overeenstemming zijn
  4. in toestand brengen
  5. verslaan
kloppen
verb
  1. be coherent
  2. to rap one's knuckles against something
  3. to strike or pound repeatedly
  4. to hit, to knock, to pound, to strike
  5. To pound or beat rapidly or violently
noun
  1. abrupt rapping sound

Cross Translation:
FromToVia
kloppen knock; thump; beat; tap klopfen — Periodische Bewegung, die ein rhythmisches Geräusch entfaltet.
kloppen pulse; pulsate; circulate pulsieren — dem Pulsschlag entsprechend oder in regelmäßigen Abständen anschwellen und abschwellen
kloppen make sense avoir du sens — être cohérent
kloppen applaud; bang; beat; break; clap; coin; cream; fan; fly; hammer; hit; palpitate; pound; retreat; scour; scuffle; slam; strike; thrash; thresh; throb; wallop; shuffle; whip; whisk battrefrapper de coups répétés.
kloppen hit; catch; run across; strike; swat; attain; encounter; find; score; run up against; knock; smack; stub; beat; wallop frapper — A TRIER
kloppen crash into; crash; hit; shock; appal; horrify; knock; strike; smack; stub; beat; wallop heurterentrer brusquement en contact.