Dutch

Detailed Translations for vatten from Dutch to Spanish

vatten:

Conjugations for vatten:

o.t.t.
  1. vat
  2. vat
  3. vat
  4. vatten
  5. vatten
  6. vatten
o.v.t.
  1. vatte
  2. vatte
  3. vatte
  4. vatten
  5. vatten
  6. vatten
v.t.t.
  1. heb gevat
  2. hebt gevat
  3. heeft gevat
  4. hebben gevat
  5. hebben gevat
  6. hebben gevat
v.v.t.
  1. had gevat
  2. had gevat
  3. had gevat
  4. hadden gevat
  5. hadden gevat
  6. hadden gevat
o.t.t.t.
  1. zal vatten
  2. zult vatten
  3. zal vatten
  4. zullen vatten
  5. zullen vatten
  6. zullen vatten
o.v.t.t.
  1. zou vatten
  2. zou vatten
  3. zou vatten
  4. zouden vatten
  5. zouden vatten
  6. zouden vatten
en verder
  1. ben gevat
  2. bent gevat
  3. is gevat
  4. zijn gevat
  5. zijn gevat
  6. zijn gevat
diversen
  1. vat!
  2. vat!
  3. gevat
  4. vattend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

vatten [znw.] noun

  1. vatten (begrijpen; snappen)
    el comprender; el coger

Translation Matrix for vatten:

NounRelated TranslationsOther Translations
agarrar aangrijpen; aanklampen; aanpakken; aanvatten; beetnemen; beetpakken; greep; vastpakken
coger begrijpen; snappen; vatten aangrijpen; aanklampen; aanpakken; aanvatten; beetnemen; beetpakken; greep; vastpakken
comprender begrijpen; snappen; vatten begrijpen; behelzen; inhouden; inzicht
encarcelar vastzetten
VerbRelated TranslationsOther Translations
agarrar aanpakken; beetgrijpen; beetnemen; beetpakken; grijpen; klauwen; pakken; vangen; vastgrijpen; vastnemen; vastpakken; vatten; verstrikken aangrijpen; aanklampen; beetgrijpen; beetpakken; binden; boeien; graaien; grabbelen; grijpen; inhaken; ketenen; klemmen; kluisteren; knellen; omklemmen; ontroeren; snuffelen; vastklampen; vastpakken; verneuken
apresar aanhouden; arresteren; gevangennemen; in hechtenis nemen; inrekenen; oppakken; vatten buitmaken; nuttigen; vangen; verschalken
aprisionar aanhouden; arresteren; gevangennemen; in hechtenis nemen; inrekenen; oppakken; vatten aanhouden; arresteren; gevangennemen; inrekenen; oppakken
arrestar aanhouden; arresteren; gevangennemen; in hechtenis nemen; inrekenen; oppakken; vatten aanhouden; arresteren; gevangennemen; inrekenen; oppakken
atrapar grijpen; klauwen; pakken; vangen; vatten; verstrikken betrappen; buitmaken; compliceren; ingewikkeld maken; moeilijk maken; oogsten; plukken; snappen; vangen; verzamelen
captar aanpakken; beetgrijpen; beetnemen; beetpakken; grijpen; vastgrijpen; vastnemen; vastpakken; vatten begrijpen; bemachtigen; eigen maken; iets bemachtigen; inzien; kopen; met het verstand vatten; naar zich toe trekken; snappen; verkrijgen; verwerven
cautivar aanhouden; arresteren; gevangennemen; in hechtenis nemen; inrekenen; oppakken; vatten aandacht vasthouden; betrappen; binden; boeien; gekluisterd zitten; handboeien omdoen; in de boeien slaan; ketenen; kluisteren; snappen
coger aanpakken; beetgrijpen; beetnemen; beetpakken; grijpen; klauwen; pakken; vangen; vastgrijpen; vastnemen; vastpakken; vatten; verstrikken aanklampen; aanpakken; aanvatten; absorberen; achteroverdrukken; afbedelen; afnemen; beetgrijpen; beetpakken; bemachtigen; benemen; betrappen; binden; binnen halen; boeien; gappen; grijpen; halen; iets onverwachts doen; inpikken; jatten; kapen; ketenen; kluisteren; leegstelen; nemen; nuttigen; obsederen; ontfutselen; ontnemen; ontvreemden; onverlangd krijgen; oogsten; opdoen; oplopen; opnemen; opslorpen; opslurpen; opvangen; pakken; pikken; plukken; plunderen; roven; snaaien; snappen; stelen; te pakken krijgen; tepakkenkrijgen; toeëigenen; vastklampen; vastpakken; verdonkeremanen; verdonkeren; verduisteren; verrassen; verschalken; vervreemden; verzamelen; wat neervalt opvangen; wegkapen; wegnemen; wegpakken; wegpikken
coger preso aanhouden; arresteren; gevangennemen; in hechtenis nemen; inrekenen; oppakken; vatten aanhouden; arresteren; betrappen; gevangennemen; inrekenen; oppakken; snappen
comprender begrijpen; behelzen; beseffen; betrappen; bevatten; doorhebben; doorzien; doorzien hebben; inhouden; inzien; kennen; met het verstand vatten; omvatten; onderkennen; ondervragen; overhoren; realiseren; snappen; uithoren; uitvragen; verhoren; verstaan
encarcelar aanhouden; arresteren; gevangennemen; in hechtenis nemen; inrekenen; oppakken; vatten achter de tralies zetten; betrappen; gevangen zetten; in de cel zetten; interneren; isoleren; opsluiten; snappen; vastzetten
encerrar aanhouden; arresteren; gevangennemen; in hechtenis nemen; inrekenen; oppakken; vatten afdekken; afschermen; afschutten; beknotten; beperken; beschermen; beschutten; bijsluiten; bijvoegen; dicht maken; in elkaar grijpen; indammen; ineengrijpen; ineensluiten; inkapselen; inperken; insluiten; limiteren; omgeven; omringen; omsingelen; omsluiten; omvatten; opbergen; opsluiten; toevoegen; vastzetten; wegbergen; wegsluiten
engastar aanpakken; beetgrijpen; beetnemen; beetpakken; grijpen; vastgrijpen; vastnemen; vastpakken; vatten betrappen; snappen
engañar aanpakken; beetgrijpen; beetnemen; beetpakken; grijpen; vastgrijpen; vastnemen; vastpakken; vatten afzetten; bedonderen; bedotten; bedriegen; bedrogen worden; beduvelen; belazeren; besodemieteren; buitmaken; flessen; foppen; in de maling nemen; misleiden; om de tuin leiden; op een dwaalspoor zetten; oplichten; te pakken nemen; tillen; vangen; verneuken; voor de gek houden; wijsmaken; zwendelen
estafar aanpakken; beetgrijpen; beetnemen; beetpakken; grijpen; vastgrijpen; vastnemen; vastpakken; vatten afbakenen; afpalen; afzetten; bedonderen; bedotten; bedriegen; beduvelen; begoochelen; begrenzen; beknotten; belazeren; beperken; besodemieteren; foppen; in de maling nemen; misleiden; neppen; omlijnen; oplichten; te pakken nemen; tillen; verneuken; voor de gek houden; zwendelen
prender grijpen; klauwen; pakken; vangen; vatten; verstrikken aanklampen; beetgrijpen; beetpakken; betrappen; grijpen; in werking stellen; opstarten; snappen; vastklampen; vastpakken
timar aanpakken; beetgrijpen; beetnemen; beetpakken; grijpen; vastgrijpen; vastnemen; vastpakken; vatten afbakenen; afpalen; afzetten; bedonderen; bedriegen; beduvelen; begrenzen; belazeren; besodemieteren; bezwendelen; heffen; lichten; misleiden; neppen; omhoog brengen; omhoogheffen; omlijnen; opheffen; oplichten; optillen; tillen; verneuken; vreemdgaan; zwendelen
trabar aanpakken; beetgrijpen; beetnemen; beetpakken; grijpen; vastgrijpen; vastnemen; vastpakken; vatten betrappen; snappen
- begrijpen; snappen; verstaan

Related Words for "vatten":


Synonyms for "vatten":


Related Definitions for "vatten":

  1. het kunnen volgen met je verstand1
    • ik kan jou niet vatten1
  2. vastpakken1
    • ik vatte hem in zijn kraag1

Wiktionary Translations for vatten:


Cross Translation:
FromToVia
vatten comprender; entender; aprehender; captar; percibir apprehend — to understand; to recognize
vatten detener arrest — to take into legal custody
vatten alcanzar; atrapar erfassen — (transitiv) ergreifen, mitreißen
vatten atrapar; coger attraper — Prendre à une trappe, à un piège ou à quelque chose de semblable.
vatten atrapar; capturar capturers’emparer d’un être vivant ou d’une chose.
vatten asir; agarrar saisir — Prendre vivement.

vat:

vat [de ~ (m)] noun

  1. de vat (barrel; ton; fust; )
    el barreño; el cubo; el barril; el cubo para bañarse; la tonel; la tonelada; la bañera; el balde; la pila

Translation Matrix for vat:

NounRelated TranslationsOther Translations
balde bak; barrel; emmer; fust; kuip; pot; teil; ton; vat schepemmers
barreño bak; barrel; emmer; fust; kuip; pot; teil; ton; vat
barril bak; barrel; emmer; fust; kuip; pot; teil; ton; vat biervat; kuip; tobbe; waskuip
bañera bak; barrel; emmer; fust; kuip; pot; teil; ton; vat badkuip
cubo bak; barrel; emmer; fust; kuip; pot; teil; ton; vat OLAP-kubus; aker; bucket; kubus; naaf; schepemmer; schepper; schepvat
cubo para bañarse bak; barrel; emmer; fust; kuip; pot; teil; ton; vat
pila bak; barrel; emmer; fust; kuip; pot; teil; ton; vat aanrecht; accu; accumulator; batterij; berg; gootsteen; grote hoeveelheid; hoop; hoopje; massa; overvloed; pijler; spoelbak; stack; stapel; stapeltje
tonel bak; barrel; emmer; fust; kuip; pot; teil; ton; vat kuip; tobbe; waskuip
tonelada bak; barrel; emmer; fust; kuip; pot; teil; ton; vat cargo; lading; vracht

Related Words for "vat":


Related Definitions for "vat":

  1. ding waar je iets in kunt doen1
    • geef je het zoutvaatje even door?1
  2. ronde diepe bak waar je dingen in kunt bewaren1
    • deze zuurkool komt uit het vat1

Wiktionary Translations for vat:

vat
noun
  1. ronde ton waar allerhande vloeistoffen in opgeslagen worden

Cross Translation:
FromToVia
vat barril; tonel barrel — round vessel made from staves bound with a hoop
vat cuba; tonel cask — a large barrel for the storage of liquid
vat de baril; de grifo draft — Referring to drinks on tap
vat barril; bidón drum — barrel etc. for liquid
vat barril keg — round wooden container that has a flat top and bottom
vat recipiente; receptáculo; vaso; vasija; recinto vessel — container
vat vaso vessel — tube or canal that carries fluid in an animal or plant
vat caja; estuche; jarro; olla; cajón; transbordador bac — Traductions à trier suivant le sens
vat caja; estuche; jarro; olla; tina; cuba; artesa baquet — Petit cuvier de bois qui a les bords assez bas.
vat pote; vaso; vasija; recipiente; olla potvase de terre ou de métal servant à divers usages.
vat barril; tonel tonneau — Grand récipient de bois, de forme à peu près cylindrique, mais renfler dans son milieu, à fonds plats, qui est fait de planches ou douves arquer, maintenues par des cercles de fer, et qui sert à contenir des liquides ou certaines autres [[marchandi
vat vaso vaisseau — (vieilli) vase, ustensile, de toute matière, destiner à contenir des liquides.

Related Translations for vatten